teamimage

David van den Berg is klinisch psycholoog, afdelingshoofd van het Mark van der Gaag Research Centre en specialismeleider psychosen bij Parnassia Groep. Daarnaast is hij kernteamlid bij Redesigning Psychiatry en mede-oprichter van het Patterns of Life project. In dit korte interview ontdek je zijn rol in en blik op het POL project.

Wat is jouw rol jij bij POL?

Ik ben een van de hoofdonderzoekers bij het project. Op onze afdeling, het Mark van der Gaag Research Centre, doen we impact research. We doen onderzoek dat niet alleen tot doel heeft de wetenschap verder te helpen, maar ook de wereld een klein beetje te veranderen. Dus ik zie het ook als mijn taak om ervoor te zorgen dat onze studies dingen opleveren die de GGZ echt verbeteren en dat we daar ook netjes iets over opschrijven zodat anderen er iets van kunnen leren.

Waarom ben je dit project gestart?

Omdat ik geloof dat dit project een grote gamechanger kan zijn in de GGZ, dat heeft twee redenen:

  1. Als je het diagnostisch model verandert, dus de manier waarop we in de GGZ kijken naar en praten over mentale problemen dan verander je heel veel dingen. Wetenschappelijk gezien is er veel behoefte aan een model voor psychopathologie dat uitgaat van complexiteit en gebaseerd is op data. Een model dat psychische problemen niet louter ziet als individuele klachtproblemen, maar ook kijkt naar de sociaal-maatschappelijke context en eigenschappen van de persoon die deze klachten heeft. De studies tot nu toe zijn vaak beperkt tot specifieke groepen of brengen slechts een beperkt aantal factoren in kaart.
  2. Als je de GGZ wilt veranderen, moet je aan de voorkant beginnen, in de volwassen GGZ is dat bij de intake. Als we mensen vanaf het begin helpen zichzelf en hun problemen beter te begrijpen en eigenaarschap te ervaren over hun herstelproces, zullen ze fijner in het proces zitten. Daarnaast kunnen ze sneller en beter de probleem in standhoudende patronen doorbreken. We willen mensen helpen zichzelf actief te begrijpen en werk te maken van hun herstel, in plaats van passief zorg te ontvangen.

“De labels zijn ooit bedacht met goede bedoelingen, maar ze helpen mensen niet goed begrijpen in welke problematische patronen ze zijn vastgelopen.”

Welke waarde kan de POLLY tool toevoegen voor patiënten?

Als ik nu mensen na een intake zie, gaat het gesprek vaak als volgt: David: Waar zit je mee?
Patiënt: Ik heb borderline heb ik gehoord, en ook psychose en depressie.
David: En wat is er dan precies met je aan de hand?
Patiënt: Geen flauw idee
David: En wat moet er nu gebeuren dan vind jij?
Patiënt: Ik weet het niet, daar heb ik geen antwoord op, ik weet wel dat mijn klachten bij die drie labels passen.

Die labels zijn ooit bedacht met goede bedoelingen, maar ze helpen mensen niet goed begrijpen in welke problematische patronen ze zijn vastgelopen. Daarnaast gaan mensen zich vereenzelvigen met de labels. Ik wil dat mensen beter gaan begrijpen waar ze moeite mee hebben en tegenaan lopen, en welke strategieën ze moeten gaan ontwikkelen om ermee om te gaan. Met de POLLY tool proberen we dat proces te ondersteunen. We helpen mensen het verhaal te creëren over wie ze zijn, wat belangrijk voor ze is, hoe ze vast zijn gelopen en wat dit patroon momenteel in stand houdt.

Welke waarde kan de POLLY tool toevoegen voor behandelaren?

Ook behandelaren snakken naar een ander model. Velen zijn het ermee eens dat er veel mis is met de huidige modellen, maar wat is dan het alternatieve verhaal? We moeten gaan omarmen dat de wereld complex is. Problemen zijn altijd uniek, maar daarbinnen zijn er wel mechanismen en patronen die we kennen en vaker zien. Die hebben we ten dele ook leren kennen via het gebruik van de DSM. Ik citeer daarbij graag Gerrit Glas: ‘We hebben nog nooit zoveel geweten over mentale problemen en hoe mensen daarbij te ondersteunen, maar tegelijkertijd zijn we er nog nooit zo onzeker over geweest.’ Iedereen snapt dat de DSM beperkingen heeft, dat betekent echter niet dat ernstige en langdurige psychische problemen niet bestaan. Ik geloof alleen dat we een beter model kunnen bedenken. Een model dat mensen beter helpt te begrijpen waar ze in vastlopen, ons beter helpt met elkaar te communiceren, beter helpt bij indicatiestelling en het bepalen van onze strategieën, en beter helpt bij het vaststellen van een prognose voor het verloop van de behandeling.

Wat vind je het leukst aan dit project?

Wat ik heel cool vind is dat het een trans-disciplinair project is, dan gebeuren er altijd gave dingen. Alle verschillende manieren van kijken, van ontwerpers, filosofen, psychiaters, psychologen en ervaringswerkers, zorgen ervoor dat je met iets goeds komt.

Wat vind je het ingewikkeldst aan dit project?

Ook het trans-disciplinaire karakter, haha. Je denkt allemaal heel anders en spreekt een andere taal. Het kost veel tijd elkaar goed te gaan begrijpen. Daarnaast is het lastig om radicale veranderingen door te voeren. We doen altijd alsof innoveren alleen maar leuk is, maar innoveren is ook hartstikke frustrerend en moeilijk. Mensen houden niet van veranderen, we vinden vooral vaak dat anderen moeten veranderen. En in organisaties zijn er altijd veel conservatieve krachten in werking, systemen die op elkaar ingesteld zijn en elkaar in standhouden. Dat is ook niet alleen maar slecht, dat zorgt ook voor stabiliteit. Maar het zorgt er vaak wel voor dat grote veranderingen doorvoeren lastig is.

“We doen altijd alsof innoveren alleen maar leuk is, maar innoveren is ook hartstikke frustrerend en moeilijk.”

Wat wil je nu al aan je collega’s meegeven, nu de POLLY tool er nog niet is?

In onze systemen hebben we al een beschrijvende diagnose. Daar staat nu doorgaans een aantal demografische factoren en dan een opsomming van klachten en classificaties. Het is een kleine stap om die beschrijvende diagnose anders op te stellen en belangrijker te maken. Je kunt uitleggen aan je patiënt dat die DSM-classificatie momenteel nog nodig is voor de verzekeraar, maar dat je samen het verhaal op wilt tekenen van wie de persoon is, wat zij mee heeft gemaakt, hoe zij vast is gelopen en wat haar problemen vooral in stand houdt. Het verhaal over hoe iemand is vastgelopen helpt bij erkenning en normalisering, de persoon begrijpt dat haar reactie helemaal niet raar is, maar een logische reactie op bijzondere omstandigheden bijvoorbeeld. De instandhouders van de problemen laten zien aan welke factoren je moet gaan werken samen om de problemen te doorbreken. Ik, en velen met mij, doen deze dingen in de praktijk al.
Daarnaast kun je natuurlijk je taal aanpassen. Ik heb het niet meer over ‘psychische stoornis’, ‘behandeling’, en genezen, maar over ‘vastlopen in patronen’, ‘strategieën’, en ‘patronen doorbreken’. Dat is hele prettige taal waar mensen veel meer mee kunnen.

Wil je nog iets kwijt?

Ik snap dat het hoogdravend klinkt, maar ik ben er echt van overtuigd dat we de GGZ hier met dit project aan het veranderen zijn. Niet in ons eentje natuurlijk, maar het project kan wel een grote bijdrage leveren. Ik denk echt dat we aan mechanismen en elementen in het systeem ‘draaien’ waardoor er veel kan gaan veranderen en in beweging kan komen richting een betere GGZ.

Interviewer: Deanne Spek
Interviewee: David van den Berg