teamimage

Jim Driessen heeft klinische psychologie gestudeerd aan de Universiteit Leiden. Naast het praktijkwerk van een psycholoog is hij geïnteresseerd in IT en onderzoek. Deze drie interesses komen samen in zijn PhD positie van het Patterns of Life project.

Wat is jouw rol jij bij POL?

Voor mijn PhD houd ik me vooral bezig met het ontwikkelen van een vragenlijst, maar aangezien ik momenteel fulltime bij het project betrokken ben, houd ik me eigenlijk met alles wel een beetje bezig. Ik heb echt het gevoel dat ik midden in het project sta.

Wat voor een vragenlijst zijn jullie mee bezig?

We zijn bezig met het ontwikkelen van een vragenlijst waarmee we de problemen van een patiënt zo volledig mogelijk in kaart kunnen brengen. Op die manier hopen we het stukje diagnostiek binnen de GGZ naar een hoger niveau te tillen. Eigenlijk zouden we alles willen uitvragen, maar je kunt iemand natuurlijk geen 10.000 vragen voorleggen. Daarom moeten we continu keuzes maken.

“We proberen het stukje diagnostiek binnen de GGZ naar een hoger niveau te tillen.”

Waarom is deze vragenlijst anders?

Op dit moment ben ik erg enthousiast over het feit dat we alle items zowel op state-niveau als op trait-niveau uitmeten, waarbij ieder item zowel positief als negatief kan worden gescoord. Een score op state-niveau komt neer op hoe het is gegaan in de afgelopen twee weken, en een score op trait-niveau gaat meer over hoe het door de jaren heen is geweest. Wanneer iemand tegengestelde scores geeft op state- en op trait-niveau, dan is dat heel interessant.

Hoe kan dit project bijdragen aan het werkplezier van behandelaren?

In een behandeling zie je regelmatig dat er na enkele sessies een omslagpunt komt, waarop de koers van de behandeling kan worden gewijzigd. Bijvoorbeeld omdat er nieuwe klachten aan het licht zijn gekomen die het herstel in de weg staan, of omdat de problemen dieper geworteld zijn dan gedacht, of omdat er sprake blijkt van een lastige familierelatie die de klachten van de patiënt in stand houdt. Door het bredere plaatje eerder in beeld te krijgen, hopen we dit soort omslagpunten meer naar voren te kunnen halen. Naar mijn verwachting zal dat zowel patiënten als behandelaren ten goede komen, omdat patiënten zich eerder begrepen zullen voelen en behandelaren hun patiënten effectiever kunnen helpen. Daarnaast zouden we op basis van dit complete plaatje beter kunnen voorspellen of een patiënt langdurig in zorg zal blijven of niet. Aan de hand van deze informatie kunnen we de zorg op tijd intensiveren, zodat erger kan worden voorkomen.

Wat vind je het leukst aan dit project?

Het feit dat ik al mijn interesses kwijt kan in dit project. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat we een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van de GGZ, en dat we patiënten en behandelaren echt zullen helpen als we onze ideeën op de juiste manier uitwerken. De wereld wordt dan weer een stukje beter, en dat geeft natuurlijk heel veel zingeving. Maar bovenal geniet ik ervan om met zo’n gevarieerde groep mensen te werken aan dit project, bestaande uit psychologen, psychiaters, filosofen, designers en IT’ers. Zo is er altijd wel iemand die ergens een andere kijk op geeft, en dat daagt ons uit om het project alsmaar verder te verbeteren. Ik krijg daar erg veel energie van.

Wat vind je het ingewikkeldst aan dit project?

Het maken van keuzes over welke vragen je wel en niet moet stellen op de vragenlijst. Dat is echt een uitdaging. We werpen geregeld nieuwe situaties op en vragen ons dan hardop af of de huidige vragenlijst daar wel op aansluit. Steeds komen we erachter dat we eigenlijk nog veel meer zouden willen uitvragen, maar helaas is het aantal vragen dat we kunnen stellen natuurlijk beperkt. We zijn ons er dan ook van bewust dat elke keuze die we maken ervoor kan zorgen dat er geen recht wordt gedaan aan de situatie van een kleinere groep patiënten. Dat maakt het soms behoorlijk ingewikkeld. Als onderzoeker droom ik ervan dat iedere patiënt met liefde 100.000 vragen invult, maar diezelfde droom zou voor patiënten natuurlijk een ware nachtmerrie zijn.

Interviewer: Deanne Spek
Interviewee: Jim Driessen