teamimage

Rutger Goekoop is psychiater bij Parnassia Groep, en geeft ook toespraken en praatjes over o.a. de netwerktheorie en trans-diagnostisch denken. Daarnaast is hij mede projectoprichter van het Patterns of Life project.

Wat is jouw rol jij bij POL?

Ik houd me bezig met het opstellen van een vragenlijst waarmee we de menselijke Psyche zo goed mogelijk in kaart proberen te brengen. Met die Psyche bedoelen we het innerlijke leven en het van buiten waarneembare gedrag van mensen. Dat wordt bij elkaar ook wel het mentale ‘fenotype’ genoemd. We maken dus eigenlijk een model van de hulpvrager (de ‘patiënt’). Zo’n model willen we bouwen door aan zoveel mogelijk mensen die zijn verwezen naar de Parnassia Groep te vragen in hoeverre ze zich erkennen in uitspraken als ‘Ik voel me somber’, of ‘Ik vind mezelf waardeloos’. Ze moeten daarbij aangeven hoe ze zich de laatste tijd voelen en hoe dat door de jaren heen is geweest. We weten al dat zulke klachten en eigenschappen fungeren als een soort bouwsteentjes van psychische problemen die samen clusters vormen die we ‘syndromen’ noemen (bijvoorbeeld depressie, of psychose). Die clusters zou je op hun beurt weer kunnen zien als bouwstenen van een nog groter psychisch probleem (bijvoorbeeld psychotische depressie): alsof je van legosteentjes steeds grotere bouwwerken maakt. Het is een enorme, spannende klus om de menselijke Psyche helemaal door te meten. Met de vragenlijst willen we de belangrijkste bouwstenen van de Psyche in kaart brengen (zowel de klachten als de ‘krachten’). Daarnaast gaan we kijken hoe die bouwstenen een wisselwerking aangaan met de omgeving van iemand (waar we dus ook een model van maken). Op die manier gaan we op zoek naar de belangrijkste patronen in de psychiatrie. Pas als we die patronen in beeld hebben snappen we beter wat psychische problemen eigenlijk zijn. Vervolgens willen we nagaan wat de scores van die patronen precies kunnen voorspellen (bijvoorbeeld hoe lang mensen last zullen hebben van een probleem, of wat je er het beste aan kunt doen). Misschien weten we dan ook beter hoe we psychische problemen moeten behandelen.

Wat is de theorie achter POL en waarom sluit deze beter aan bij realiteit?

De huidige manier van kijken naar de menselijke Psyche is niet ‘waarheidsgetrouw’ (of valide, met een ingewikkelder woord): je weet niet goed wat je moet doen als je een diagnose hebt gesteld. Dat is net als met een eenhoorn: iedereen weet hoe je de diagnose eenhoorn moet stellen want er zijn duidelijke criteria. Maar als je eenmaal lid bent van de categorie eenhoorn zegt dat niks, want eenhoorns bestaan niet. Een meer waarheidsgetrouwe beschrijving van ziektebeelden kunnen we creëren aan de hand van de score op de trans-diagnostische bouwstenen waarmee we de menselijke Psyche kunnen beschrijven. Net als met legosteentjes kun je met een paar bouwstenen allerlei ziektebeelden ’bouwen’. Uiteindelijk gaat het echter om patronen waarin die bouwstenen een wisselwerking aangaan met de omgeving van de persoon. Als je somber bent, kun je bijvoorbeeld je rol als partner niet goed meer vervullen omdat je geen zin hebt om intiem te zijn. Je partner raakt geïrriteerd en dat komt weer bij jou terug, waardoor je weer somber wordt. Het gaat dus om enorme draaikolken van eigenschappen die invloed hebben op elkaar en op de omgeving. De omgeving verandert daardoor en die verandering heeft op haar beurt weer invloed op de persoon zelf: het zijn dus heuse vicieuze cirkels. Als die patronen langdurig aanwezig zijn en niet vanzelf uitdoven, noemen we ze PIHIPs: probleem in standhoudende interactie patronen. Dat zijn draaikolken waarin zowel je schildklier als je schoonmoeder bepalen hoe je je voelt.

“Het is een enorme, spannende klus om de menselijke Psyche helemaal door te meten.”

Wat is de relatie tussen de vragenlijst en die PIHIPs?

Als mensen de vragenlijst invullen, krijgen we goed zicht op welke bouwstenen bij hen spelen. Je zou het kunnen zien als foto van een voetbalwedstrijd. Als mensen de vragenlijst invullen krijg je een momentopname: een goed beeld van alle spelers die op het veld staan opgesteld. Een probleem is alleen dat je dan niet goed ziet hoe die met elkaar spelen. Met een vragenlijst kun je niet goed meten wat de wisselwerkingen tussen de verschillende symptomen en eigenschappen door de tijd precies zijn geweest. Dat probleem lossen we ten dele op door mensen te vragen de vragenlijst van te voren in te vullen (in de wachttijd tot aan intake), waarna we tijdens de intake gaan kijken hoe de belangrijkste bouwstenen van het probleem met elkaar samenhangen. Psychologen noemen dat ook wel een casusconceptualisatie. Zo kom je in gesprek om te begrijpen hoe het probleem in elkaar zit en wat je eraan kunt doen.

Kun je een voorbeeld van zo’n bouwsteen geven?

Het voorbeeld hangt af van het niveau waarop je kijkt. 1 symptoom, zoals somberheid, of concentratieproblemen, is eigenlijk al een bouwsteentje. Een paar van die symptomen bij elkaar kunnen met elkaar weer een nieuw clustertje vormen (een syndroom, zoals angst, depressie, manie, remming, of psychose), en verschillende van die syndromen bij elkaar vormen weer een groter psychisch probleem, bijvoorbeeld wat we nu ‘schizofrenie’ noemen. Uiteindelijk willen we ook naar de grootste draaikolken kijken, om te weten welke problemen er globaal spelen in de psychiatrie. Dan gaat het om wisselwerkingen tussen acute klachten en de achterliggende persoonlijkheid en omgeving van mensen.

Welke waarde kan dit project toevoegen voor patiënten en behandelaren?

Door het goed beschrijven van de PIHIPs kunnen we beter begrijpen wat er aan de hand is met mensen en kunnen we ze beter vertellen hoe ze uit zo’n draaikolk weg kunnen zwemmen. Door de nieuwe taal, het praten over patronen, snappen mensen ook beter waarom je meestal niet aan maar één klacht of bouwsteentje moet werken om een probleem op te lossen maar op verschillende punten aan die cirkel moet gaan ‘trekken’.. Dit wordt in de praktijk vaak al gedaan, maar deze nieuwe blik en taal versoepelen dit proces.
Verder willen we met deze nieuwe beschrijving van psychische problemen beter kunnen voorspellen hoe het behandeltraject eruit gaat zien en wie er langdurige zorg nodig heeft en wie niet. Dat betekent niet dat we mensen met langdurige problemen niet moeten behandelen, maar juist dat we er vanaf het begin af aan direct bovenop moeten zitten. Dan hebben zowel patiënten als behandelaren een duidelijk perspectief.

Wat wil je met POL bereiken?

Het hele project gaat eigenlijk over doen wat we al doen, maar dan systematischer en kwantitatiever, zodat we mensen beter kunnen helpen en behandelaren kunnen ondersteunen in hun werk. En met een andere taal: niet ‘ik heb een depressie dus ik ben somber’, maar een depressie betekent dat je o.a. somber bent en dat helpt je weer verder een kuil in waar je moeilijk uit kan weg klimmen. Een depressie is geen ding, maar een heel samenspel van dingen en dit samenspel verschilt per persoon. Dit project wil dus bijdragen aan een beter begrip van wat psychische problemen nou eigenlijk zijn, wat een hoop onbegrip en stigmatisering kan schelen. Verder is het nieuwe aan dit project dat je met een standaard-set van bouwstenen (een generieke input) ieder uniek probleem kunt beschrijven (een gepersonaliseerde output kunt creëren). Net zoals je met een paar kleuren legosteentjes allerlei soorten bouwsels kunt bouwen. We zijn dus allemaal uniek, maar wel allemaal variaties op basisthema’s. En die basisthema’s willen we in kaart brengen. Zo’n set van bouwstenen is erg overzichtelijk en maakt het mogelijk om psychische problemen in de toekomst beter te meten en te volgen. En juist aan die meetbaarheid was een grote behoefte in de psychiatrie: het was allemaal zo ingewikkeld en ongrijpbaar dat we niet precies wisten wanneer we iets beter of minder goed deden. Ik hoop dat dat een beetje gaat veranderen, zodat we in de toekomst ons werk meetbaar beter kunnen doen.

“We moeten accepteren dat de menselijke Psyche ingewikkelder is dan we dachten, maar het wel duidelijk blijven uitleggen.”

Wat vind je het leukst aan dit project?

Ik houd ervan om complexe dingen inzichtelijk te maken, zodat mensen er iets aan hebben. Je moet dingen niet ingewikkelder maken dan ze zijn, maar de afgelopen jaren hebben we dingen toch te simpel voorgesteld, waardoor ons werk erg ingewikkeld is geworden. Je kunt een depressie niet vangen in de negen symptomen van een DSM-categorie, dan heb je nog steeds niks. We gaan nu van keep it simple and stupid naar embracing complexity. We moeten accepteren dat het soms wat ingewikkelder is dan we dachten, maar dit wel duidelijk blijven uitleggen. Dan wordt ons werk waarschijnlijk een stuk eenvoudiger.
Daarnaast gaat dit project gewoon over de kern van het leven, over hoe je het leven zo goed mogelijk kan leiden en het met elkaar kan delen. Als je dan toch iets met je leven moet doen, onderzoek dan hoe je zo goed mogelijk samen kan leven voor een hoger doel.

Wat vind je het ingewikkeldst aan dit project?

Ondanks dat we een heel goed en breed team hebben, zullen we nooit alle kennis in huis hebben. Daarom hebben we input nodig van heel veel patiënten en behandelaren. Al deze informatie bij elkaar halen en zo samenvoegen dat iedereen zich erin kan vinden, dat vind ik heel ingewikkeld.

Wat wil je nu al aan je collega’s meegeven, nu de POLLY tool er nog niet is?

Ga met je patiënt bijvoorbeeld al één ander woord gebruiken. Noem het niet ‘ziekte’ of ‘stoornis’, maar een ‘patroon’. Alsof het een soort draaikolk is waar je niet zelf uit weg kan zwemmen, maar waarbij je hulp gaat krijgen. Dat doet ook recht aan het dynamische van mentaal vastlopen.
Ga ook niet alleen de klachten behandelen, maar ook de persoon achter de klachten en zijn omgeving. Heb oog voor de complexiteit.

Interviewer: Deanne Spek
Interviewee: Rutger Goekoop