teamimage

Sander Voerman is de filosoof bij Redesigning Psychiatry, maar vervult daar ook vele andere rollen. Hij stelt de juiste vragen en wil altijd meer weten. Ook bij Patterns of Life weet hij continu te switchen tussen het concrete en het abstracte.

Wat is jouw rol jij bij POL?

Als filosoof ben ik een beetje het manusje van alles in dit project. Samen met de ontwerpers probeer ik nieuwe ideeën over mentale gezondheid te vertalen naar een gebruiksvriendelijke app. En samen met de onderzoekers probeer ik die nieuwe ideeën ook vatbaar te maken voor wetenschappelijk onderzoek. Bijvoorbeeld het idee dat mensen vaak hulp nodig hebben wanneer een patroon hun problemen in stand houdt. Dat klinkt misschien mooi, maar klopt het eigenlijk wel, en kun je er ook wat mee? Dat zijn vragen die ik opwerp en samen met anderen uitzoek.

“In het POL project onderzoeken we of je mentale problemen ook kunt zien als iets dat geleidelijk begint maar op den duur zichzelf in stand blijft houden.”

In het POL project staat het denken in patronen centraal, kun jij dit patroondenken toelichten?

Patronen zijn eigenlijk alle dingen die je niet kunt vastpakken. Denk bijvoorbeeld aan een storm. Als het heel hard waait, noemen we dat een storm. Een storm kun je niet vastpakken, maar toch hebben stormen veel invloed op de wereld. Het zijn geen dingen, maar patronen in de manier waarop de lucht beweegt. In Nederland is dat patroon meestal vrij eenvoudig: de wind waait van west naar oost, of van noord naar zuid, en na een paar uur storm hebben we het ergste meestal wel gehad. Maar op de Atlantische oceaan heb je orkanen: heel zware stormen die complexe, zichzelf in standhoudende patronen vormen.

Als je een keer flink somber bent, bijvoorbeeld vanwege een nare gebeurtenis, dan kun je dat vergelijken met zo’n storm in Nederland. Je bent ergens door uit evenwicht geraakt, en juist door even flink somber te zijn vind je dat evenwicht weer terug. Maar soms kunnen sombere gevoelens onderdeel worden van een patroon dat zichzelf in stand houdt. Doordat je somber bent, verwacht je weinig plezier. Daardoor lukt het je minder goed om iets te ondernemen, en dus heb je ook minder plezier. En daardoor blijf je weer somber. De storm gaat niet meer liggen, maar blijft rondgaan, net als bij een orkaan.

En omdat onze levens meestal best ingewikkeld zijn, worden die patronen dat vaak ook. Misschien ben je ook somber over een rotsituatie op je werk waar je niets aan kunt doen, en misschien doe je de hele week al veel moeite om toch naar je werk te blijven gaan. Dan is het niet gek dat je in het weekend weinig energie over hebt voor iets leuks. Ben je dan depressief, of heb je een ongezonde werkgever? Vanuit het patroondenken is die vraag niet zo nuttig, je zit immers in een complex patroon waarbij zowel je eigen emoties als die situatie op je werk een rol spelen.

Welke waarde kan de POLLY tool toevoegen voor patiënten?

Het idee achter de POLLY tool is dat patiënten zelf als het ware de storm kunnen nabouwen waar ze zelf middenin zitten. Het is vaak makkelijker om een patroon van een afstandje te herkennen, bijvoorbeeld in je verleden of bij iemand anders die je goed kent. Maar niets is zo moeilijk als een patroon herkennen terwijl je er nog middenin zit. De tool helpt je om de eerste puzzelstukjes te vinden waarmee je die puzzel kunt oplossen. Of de eerste losse eindjes waarmee je die knoop stap voor stap kunt gaan ontrafelen.

Welke waarde kan de POLLY tool toevoegen voor behandelaren?

Hoewel de psychiatrische diagnostiek met classificaties werkt zoals PTSS of ADHD, staan behandelaren in gesprek met hun cliënten vaak patronen te tekenen, op papier of een whiteboard, om het mechanisme achter de klachten te verhelderen. Het nadeel hiervan is dat de behandelaar op zo’n moment het werk doet terwijl de cliënt toekijkt. Met de tool kan een behandelaar de cliënt het werk laten doen, terwijl de behandelaar feedback geeft en kennis inbrengt die de cliënt steeds een stap verder kan helpen.

“De tool helpt je om de eerste puzzelstukjes te vinden waarmee je de puzzel van jouw leven kunt oplossen.”

Wat vind je het leukst aan dit project?

Het gevoel dat we echt iets nieuws aan het bouwen zijn, en het enthousiasme (tot nu toe) bij andere mensen als ze dat voor het eerst zien. Veel behandelaars gebruiken schema’s met blokjes en pijlen die ze op een whiteboard tekenen, of die ze van een PDF’je of een website kunnen uitprinten of aan een cliënt kunnen mailen. Maar in onze tool komen die schema’s ineens tot leven en kun je ze op allerlei manieren aanpassen en ermee spelen. Dus het is leuker om mee te werken. En tegelijkertijd kunnen we daardoor veel meer data verzamelen over de patronen die cliënt en behandelaar in een situatie menen te herkennen.

Wat vind je het ingewikkeldst aan dit project?

Het eenvoudig en toegankelijk maken van iets dat in de praktijk gewoon heel complex en ingewikkeld is. Hoe kunnen we de cliënt en de behandelaar helpen om tijdens een gesprek van een uurtje een situatie in kaart te brengen waarin zowel de biologie, als de psychologie, het werk, en de gezinssituatie van de cliënt allemaal een rol spelen?

Zou je zelf de tool willen gebruiken?

Ik gebruik hem al! Het is natuurlijk pas een prototype, maar ik vind hem nu al nuttig.

Interviewer: Deanne Spek
Interviewee: Sander Voerman